18-05-06 Nerimaku Tokyo


Deze week weer een gewone week. Tamelijk druk met huiswerk. Vroeg opstaan. Golfles en balletles. Het kranige oudere heertje dat ons golfles geeft heeft beloofd eens met alle studenten die de les volgen te gaan lunchen. Geleidelijk aan begint hij ook de namen te kennen en worden we dus niet meer aangesproken met ‘juffrouwtje’ of ‘jonge heer’. Vreemd genoeg gebruikt hij iedereens voornaam, zonder –san en meestal zonder –kun eraan te plakken, wat een zeer familiair gevoel heeft. Ik babbelde deze les ook met de twee Koreaanse meisjes die ook de golfles nemen. Ballet was ook weer leuk zoals gewoonlijk. Na twee opeenvolgende dagen van spiertraining was ik weer stijf vandaag. Ja, ook de golf is niet te onderschatten, ik ben nu overtuigd dat het een sport is. Ook de ‘politics and economy’ les was weer interessant en prof. DeWit zoals altijd prettig gestoord. Ik bleef nog een hele tijd napraten met hem over … over de stijgende olieprijzen!
Gisteren was er ook een verjaardagsuitgave van de lunch van het internationale clubje. Ik zat bij de gelukkigen want vermits er in februari en maart niet gevierd is kunnen worden zat ik er ook nog bij. Ze hadden zelfs voor taartjes gezorgd. Daarna zaten we weer na te babbelen in de eetzaal en Tatsu en ik waren haiku’s aan het verzinnen. En zelfs zo’n onnozel versje valt moeilijk om te vertalen…

桜の日
アイスを食べて
溶けちゃった 

Een dag in de bloesemtijd
Ik eet een ijsje
Gesmolten!

Dit weekend ben ik een jobinterview gaan doen bij Avex, een entertainment firma. Ken had me verteld over die firma en hij schreef zich in om figurant in films te doen als studentenjob. Dat leek me ook wel nog iets. ’s Morgens was het gesprekje en ze stelden me voor om ook nog voor ‘event girl’, verkoopsacties e.d. in te schrijven en vandaar deden ze ook nog een fotoshoot voor mijn profiel op te stellen. In het geval ik mijn aspiraties als fotomodel zou willen waarmaken… ’s Middags liep ik rond op het reusachtige kerkhof, Aoyama Reien dat daar heel dichtbij ligt. Om een idee te geven, er lopen twee grote straten recht door het kerkhof omdat het onmogelijk is om het verkeer zo ver om te leiden. Opmerkelijk was dat er veel katten rondliepen, ik vraag me af of dat een betekenis heeft. Voor de rest best een gezellig kerkhof. Er liggen ook een aantal buitenlanders die hier bij de opening van Japan gekomen zijn. Best wel interessant. ’s Avonds hadden we dan nog een kleine training in beleefdheid en voorkomen voor Avex. Hopelijk krijg ik nu binnenkort een leuke jobaanbieding.
Vorig weekend ben ik naar de tentoonstelling van kamerschermen (byobu) geweest in het Nezu museum. Hoewel het maar een paar schermen waren, was het toch een fantastische tentoonstelling. In de vaste collectie tamelijk wat hele oude Chinese bronzen vazen van de Chou, Koreaanse keramiek en Boeddhistische beelden van buiten Japan. Maar vooral ook de mooie tuin van het Nezu museum maakt het de moeite waard. In het midden van de tuin ligt een grote vijver met stapstenen en bruggetjes en overhangende Japanse esdoorns. De irissen stonden in volle bloei in de vijver en er waren ook al mooie trossen blauwe regen. Ik probeerde ook nog eens tevergeefs met Yoav die ik in Kagoshima heb leren kennen af te spreken, maar hij had het te druk of onze tijdschema’s leken te overlappen. Ik heb nog altijd een CD met foto’s voor hem. Foto’s van de homestay in Kagoshima en van de laatste keer dat ik hem gezien had toen ik naar de party was geweest waar hij met zijn capoeira groep een optredentje gaf. Dat is nu ondertussen wel al heel wat weken geleden.

 En nu aflevering twee van Hannes in Japan!
De 4e dag, 1 maart hadden we afgesproken met Ingrid in Ikebukuro ’s avonds. ’s Morgens was het al inpakken. Dan waren we naar Ikebukuro gegaan en ik toonde de tamelijk verlaten campus van Rikkyo we aten lunch in de een broodjeswinkel in de Seibu department store. We aten ook Taiyaki, visvormige koekjes! Dan gingen we naar Harajuku, hier en daar liep er gelukkig wel een ‘teen’ in ‘teen fashion’ rond. We kochten er een rode gakuran, een jongensschooluniform, omdat Hannes’ vriend Greg een bestelling geplaatst had. Na nog wat rondlopen in de winkels, was het alweer tijd om terug te gaan naar Ikebukuro. We aten in een noedelrestaurant in Sunshine City. Ingrid had heel wat te vertellen over de Filippijnen en ze had ook de informatie over mijn hostfamily in Kagoshima mee. Na afscheid genomen te hebben Ingrid aten we van onze ‘ankodango’, een zoete specialiteit uit Asakusa die we ’s morgens nog gekocht hadden. Dan gingen we naar Tokyo station voor onze nachttrein naar Kyoto. We vonden amper een plaatje om deftig te zitten want er zaten overal daklozen. Dat was niet de eerste en de laatste keer dat de daklozen alle zitplaatsen innemen. De nachttrein was zoals ik wel gedacht had tamelijk vermoeiend. De trein stopte vaak en bleef soms meer dan aan halfuur in een station stationeren, ook de aansluiting van Ogaki naar Kyoto was verwarrend en vermits het tegen dan al tegen de ochtend aan liep zaten we midden in de ochtendspits.
2 maart kwamen we dus aan in Tokyo. Het jeugdhotel hadden we makkelijk gevonden en we waren blij even te kunnen bijkomen met een ontbijtje in de propere living daar. ’S Middags gingen we er al op uit. We liepen te voet naar de Sanjusangendo, de hall met de 1000 Boeddha’s. Het zag er anders uit dan de vorige keer, omdat we niet gehinderd waren door die vreselijke hitte als in de zomer. We liepen nog een andere tempel binnen die we al wandelend tegenkwamen. We keerden terug naar het station waar we in de toeristenwinkeltjes snuisterden en zoete Kyoto flapjes kochten. ’s Avons aten we in het station en we keerden tamelijk vroeg naar het jeugdhotel terug.


03-05-06 Nerimaku Tokyo


Na een lange pauze weer nieuws op de blog. Wat heb ik die twee en een halve maand uitgespookt? In het kort: Hannes is hier geweest van 26 februari tot 11 maart. De avond van diezelfde 11 maart zijn ik en Ingrid op de Haneda luchthaven gaan slapen om onze vroege vlucht naar Kagoshima te halen. Van 12 maart tot 31 maart heb ik Kagoshima gezeten, eerst in een hostfamily en dan nog een week rondgereisd met Ingrid. De 8e april begonnen de lessen van het nieuwe semester en hier in Japan ook van een nieuw schooljaar. Mama en papa zijn hier geweest van de 2e april tot de 16e.
Dit semester zijn er wel een paar dingen veranderd. Ik had gedacht van minder lessen te nemen, maar buitenlandse studenten zijn nu verplicht vakken ter waarde van 10 studiepunten te nemen. Van mijn plan om minder vakken te nemen leek dus niet veel in huis te komen. Maar uiteindelijk valt het nog wel mee. Ik neem nu 3 vakken Japans, dan nog ‘Modern History’ of Japan en ‘ Politics and Economics of Japan’. Ik neem ook Koreaans samen met Japanse studenten en dan nog ballet en golf. Vermits ik al deze vakken officieel neem, kom ik zelfs zonder moeite aan mijn 10 studiepunten. Vooral de ‘Politics and Economics’ lessen zijn wel interessant en ik ben zonder twijfel de ‘teachers pet’. De presentatie die ik deze week gegeven heb, leek niet eens bedoeld te zijn voor de rest van de klas.
Dit semester is mijn interessepunt een beetje verschoven naar meer vakken over Japan. Japans spreken en lezen doe ik wel vanzelf al genoeg. Ik frequenteer nu ook meer het IFL, het internationale clubje in de middagpauze. Dit nieuwe schooljaar zijn ze een officiële club geworden en het aantal Japanse leden is minstens verdriedubbeld. Er is ook wat interessanter volk bijgekomen en zodoende voel ik me er wat beter thuis. Vorige week zondag 30 april ben ik samen met een deel van de IFL leden naar Ryogoku en Asakusa geweest. In Ryogoku zijn we naar het Sumo festival geweest. Zoveel Sumo was er evenwel niet aan. Festivals betekenen in de eerst plaats eten, we aten Chankonabe, het typische stoofpotje dat Sumo worstelaars eten en ik en Fang fang (een vriendelijk Chinese) verdeelden een vers gebakken melonpan. Daarna bezochten we het mini Sumo museum en de Sumo hall, waar ik natuurlijk al geweest was. We wandelden langs de Sumida rivier naar Asakusa. Ik werd een beetje droevig wanneer we lang de blauwe Komagata brug passeerden, want daar passeerden Hannes en ik altijd, de eerste dagen dat we in Tokyo verbleven. Zeker onze zware gesprekken van de laatste tijd maakten het er niet beter op. Op zo’n momenten ben ik gewoon blij dat er iemand in mijn buurt is, de altijd geïnteresseerde Shibu of zotte Tatsu of Fang fang. De sfeer in Asakusa dreef verdreef mijn donkere gedachten. We plooiden origami kraanvogels aan een standje met oude mannetjes die de mensen instrueerden in het plooien. Ik wou natuurlijk een roze. De oude mannetjes waren zeer ingenomen met ons en met mij, zo’n westers meisje dat best nog Japans begrijpt. John en Hashim van de nieuwe lichting Amerikanen waren ook mee, maar die zijn nog niet erg vlot in Japans. Daarna liepen we nog rond in het tempelcomplex. Het was erg plezant. Gisteren, 2 mei was ik ook meegegaan naar met het IFL voor een avonds uitje. Ik geraakte weer aan de praat met Tatsu. Hij voelde ook de nood om met IFL eens iets anders te doen dan enkel gaan drinken en dergelijke. M.a.w meer diepgaande internationale ‘uitwisseling’. Ik kan hem geen ongelijk geven.
Vandaag is was de eerste nationale feestdag van de Golden Week. Dat betekent geen eten dus. maar sowieso krijgen we al de hele week geen eten omdat er grote werken zijn in de dormitory en deze week is de keuken aan de beurt. Maar ik geen problemen met iets klaar te toveren omdat ik nog altijd eten heb dat mijn hostfamily uit Kagoshima mij opgestuurd heeft. De werken zijn wel erg vervelend want we mogen ook niet op het balkon of er was buiten hangen. Er loopt ook constant werkvolk rond, maar het ziet er geleidelijk aan wel een stuk netter en minder afgeleefd uit.
Nu in stukjes nog iets over de vorige twee maanden.
 Met Hannes in Japan.
De eerste dag hadden we al een meteen een regendag aan ons been. Ik moest vroeg opstaan om Hannes op te halen in de luchthaven. Maar natuurlijk was het een gelukkig wederzien. Op de trein naar Asakusa herinnerde ik mij dat ik een deel van de proviand voor ’s middags in de koelkast had vergeten, maar niet getreurd. Er was bovendien meer dan eten genoeg. We verdeelden mijn in het Ramen museum zelf gemaakte ‘oishii nyamen’ noedels en super gepeperde Koreaanse noedels, tomaatjes met thee en mochi als dessert. We voelden ons wel thuis in de open sfeer van het jeugdhotel in Asakusa met woonkamer, keuken en gratis internet. Wij voelden ons ook aangetrokken om er rustig rond te hangen. Jammer genoeg was de kamer niet veel soeps en de muren waren open tegen het plafond aan, zodat alles hoorbaar was. We waren ook al meteen een Nederlandse tegengekomen die op hetzelfde verdiep zat, dus moesten we wel degelijk opletten met wat we zeiden. Ondanks de regen waren we toch naar Akihabara gegaan. We liepen er wat rond in de cosplay winkels en een blik werpen in de meidencafés. We liepen nog rond via Ochanomizu, het schrijn in Kanda en zo kwamen we uit in Okachimachi waar we in een soba restaurant gegeten hebben. Hannes had zijn eerste ‘bukake soba’.
De volgende dag waren we maar laat op pad. ’s Avonds aten we in het Yakitori (kipspitjes) in het vaste adres in Aoyama, waar we met de familie toen we de eerste keer in Japan waren twee keer geweest zijn. Hannes en ik werden getrakteerd op sake door twee aangeschoten salarymen, waarom was ons niet echt duidelijk, ik hou het erop dat ze ons een leuk stel vonden. We liepen rond in Roppongi, in het Roppongi Hills complex en we gingen op de hoogste verdieping van de Mori building waar we zicht hadden op het nachtelijke Tokyo en de Tokyo Tower. Maar terwijl we zo aan het rondlopen waren, verloren we de tijd uit het oog. Plots realiseerde ik me dat we de laatste trein zouden missen. We probeerden nog, maar het was een hopeloze zaak. We liepen dan toch maar naar het station en daar kregen we te horen dat we met een omweg toch nog naar Ueno zouden geraken. Het was allemaal erg nipt, maar we waren in Ueno geraakt en vanaf daar zijn we vier stations ver te voet gewandeld naar ons jeugdhotel. Onderweg had ik een Hot Ume, een pruimendrankje uit een automaat gehaald en Hannes leek het ook wel te smaken. Het was allemaal best meegevallen.
De derde dag liepen we rond in Asakusa. De snoepwinkeltjes en eetstalletjes, de toeristenwinkels en de sfeer, het was gezellig ondanks het ook niet al te goede weer. We dwaalden wat af, maar dan liepen we door de buurt met alle restaurant benodigdheden. We kwamen ook nog langs een tempel waar we een katje achtervolgden tussen de graven. We dronken ook onze eerste matcha au lait in de Mos Burger keten. Weinig of geen suiker en een sterk doorsmakende groene thee smaak. Iedereen die fan is van matcha au lait en waarmee ik al gesproken heb, gaat met mij akkoord dat de matcha uit de Mos Burger de beste is. ‘s Avonds maakten we zelf klaar in de keuken en hadden we een rustige avond.


17-02-06 Nerimaku Tokyo


Naast de occasionele uitjes, was het weer erg rustig vorige week. Woensdag 1 februari bestelde ik de nachttrein naar Kyoto, voor wanneer Hannes komt en verder hing ik wat in Rikkyo rond tot Ingrid tegen 4u kwam. Dan zijn we samen een koffietje gaan drinken en wat in manga winkels gaan rondhangen. Ik liet me adviseren door Ingrid om me toch ook eens een manga te kopen (Tsubasa), volledig in het Japans wel natuurlijk. Dan kwam Angelica (alias de vriendelijke Duitse, in tegen stelling tot de door mij niet zo geliefde Duitse) en samen zijn we naar de film Oliver Twist gaan kijken. Want woensdag is lady’s day en dan gaan lady’s aan halve prijs in de cinema’s. Tijdens de film werden we letterlijk opgeschud door een aardbeving. Maar de opschudding bleef beperkt tot ons drietjes. De rest van de cinema bleef gewoon doorkijken alsof er niets aan de hand is. Voor ons was het toch wel griezeling, vooral als je dan nog op de 8e verdieping zit… Na de film gingen we nog ergens ramen eten. Angelica stuurde later een berichtje dat alle treinen op haar treinlijn 4 uur buiten werking waren, omdat eerst alle spoorlijnen gecheckt werden om te zien of er geen schade was van de aardbeving.
Vrijdag was ik van plan ergens naar toe te gaan, maar ik moest eerst nog een boek indienen in de bib en dan kwam ik Shibu en Ken tegen van het internationale clubje en zo bleef ik weer in Rikkyo rondhangen. Tot ik afgesproken had met Ingrid, we hadden ons in geschreven voor een soort Asian meeting party, georganiseerd door Wadesa Universiteit. De hele buurt rond de universiteit is het al Waseda wat de klok slaat. Waseda bushalte en Waseda street, Waseda Junior High School en Waseda research, Waseda juku en dan nog overal reclamepanelen voor Waseda. De Waseda party was ook niet mis. Het evenement ging door in een chique hotel en ongeveer alle buitenlandse studenten in Tokyo leken onder de uitnodiging te vallen. Blijkbaar hadden ze niet alleen universiteiten als Rikkyo aangeschreven, ook heel wat taalscholen waar je enkel Japans kunt leren waren vertegenwoordigd op de party. Er was wel wat geharrewar rond het eten dat op een centraal punt opgesteld was en dat was dus altijd het drukste punt in de hele zaal. Ingrid schaamde zich dood voor haar mede stadsgenoten en andere Chineesachtigen omdat die zich onbekommerd met ellebogen en weet ik nog meer naar de tafels met eten baanden. We zijn dan al rap weggelopen en tijdens onze vlucht werden we achtervolgd door twee bedienden die ons elk nog een boek in de hand stopten. Nu zit ik dus met een boek over Waseda en een boek over de privatisering van de post. Een ding is duidelijk: Waseda heeft geld.
Zondag had ik me ingeschreven op de een rondleiding door Tokyo, geleid door Rikkyo en andere studenten die, gewoon, eens een rondleiding voor buitenlandse studenten wilden geven. Eerst was Akihabara aan de beurt en de zondag is het er echt een must. De in meid verklede meisjes lopen er bij bosjes en ook kattenoortjes is er normaal straatbeeld. Nerds, freaks en otaku’s lopen ook te hoop, met stereotiep grote (bedampte) brillen en identieke rugzakken. Kortom, er is ambiance. We deden zo de typische dingen: winkels voor anime en manga fans, speelhallen en cos play winkels. Ik vond het wel interessant om te zien wat onze Japanners op de rondleiding daar nu van denken. Ze vinden het toch ook maar gek, en het is een wereldje op zich waar ze ook niet echt in ingeleid zijn. De grote aantallen catwomen, dienstmeiden, veel te korte rokjes en overdreven rondborstige manga heldinnen, dat gaat hen blijkbaar niet echt tegen. Alleen geen kindjes in te korte rokjes graag, maar het bestaat.
De volgende stop was Nihonbashi. Daar liepen we wat rond langs de vitrines van de hoofdzetel van de Mitsukoshi deparmtent store, een mooi en opmerkelijk gebouw. We hadden geluk, want er was verderop gratis sake te proeven en dat laten de Japanners zich geen twee keer zeggen. Daarna gingen we voor een theetje en een snoeperijtje. De laatste stop was de Tokyo Tower die we benaderden van aan het tempelcomplex vlakbij. Het was ondertussen al donker geworden en zo’n panorama van stadslichtjes blijft fascineren.
Dinsdag 7 februari heb ik mijn eerste Engelse les gegeven aan een taxichauffeur die Engelse taxigesprekjes wou oefenen. Het ging allemaal erg vlot. Toch, normaal gezien geef ik hem maar om de maand les.
Woensdag had ik afgesproken met de vader van de familie die ik gaan bezoeken was om eens naar de training van zijn kendo club te gaan kijken. Natuurlijk was het ook zijn bedoeling me daar te introduceren, maar er zomaar in stappen is toch niet zo evident. De club is ver van Ooizumigakuen en zelfs van Ikebukuro en hoe geraak ik aan de uitrusting natuurlijk. Hij trakteerde me ook nog op tempura, dus toch wel nog een boeiende avond.
Donderdag heb ik eindelijk de knoop doorgehakt en me een digitale camera gekocht. Op internet had ik het adres van de goedkoopste online winkel en die bleek ook een echt kantoor in Akihabara te hebben. Maar niet zomaar het Akihabara van rond het station met voornamelijk taxfree winkels voor de toeristen en anime shops, ik had zo het meer het gevoel in het echte Akihabara te zijn. Na toch wel een zoektochtje vond ik de winkel vol opgestapelde dozen naast de spoorweg, al tegen het volgende station Okachimachi op. Het was er aanschuiven en om de 5 minuten ging daar wel iemand buiten met een gloednieuwe laptop of computer of camera. Allemaal geen prullen van 1000 yen. Dus dat stelde me gerust, dat er niets al te louche gebeurde en dat er eenvoudigweg goede zaakjes konden gedaan worden. Nog voor ik de kans kreeg mijn nieuwe camera goed te bestuderen, moest ik al terug sporen naar Ikebukuro omdat ik beloofd had mee te gaan naar de bijeenkomst van de 1e jaars pedagogie. Anders dan de 3e jaars, verveelden de meesten zich al snel, omdat ze uitgebabbeld waren en de gehele manier van doen was anders. Ik heb me persoonlijk niet echt verveeld, maar er leken er toch een paar ontgoocheld.
Vrijdag 10 februari was de eerst dag van mijn studentenjobje! Voor ik kon beginnen met het echte werk, nl. Valentijnschocolade verkopen, moest eerst de stand buiten herzien worden. De politie had blijkbaar de oorspronkelijk bedoelde stand afgekeurd omdat die teveel plaats innam op het voetpad. Maar daar werd snel iets op gevonden door plexiglazen rekjes ter breedte van de boordsteen van de winkel te gebruiken. Het was uiteindelijk al avond tegen dat die goed en wel opgesteld stonden. Dus stonden daar buiten voor de winkel met twee of drie, ik en nog een andere jobstudent en eventueel nog een vaste werknemer. Ik had steeds te late shift en dat was tot 12u ’s nachts. Alleen moest ik dan wel opletten dat ik mijn trein had twaalf over en ik moest me dan nog terug uit het winkeluniform zien te wurmen. Maar dat ging gelukkig allemaal nog vlot en ik had een fiets aan het station gezet, zodat ik niet te voet naar huis moest. Zaterdag opnieuw werken, het was opmerkelijk kalmer dan in de week. Af en toe ouders met kinderen die langskwamen en die iets kochten, maar niet veel te beleven. Zondag alweer werk, nog kalmer dan zaterdag, bijna geen verkoop, ijskoud buiten en er zat niet veel op dan telkens maar passerende of imaginaire mensen met het roepen ‘irassyaimase’ te verwelkomen. Gelukkig hadden ze twee stoofjes buiten gezet om elk onze voeten te verwarmen en kregen we ook eens een lekkere café latte om ons te verwarmen. ’s Avonds mochten we nog blijven en ons te goed doen aan de cakes die niet meer verkocht konden worden. Ingrid had ook twee cakejes uit Niigata, waar ze geweest was, in mijn brievenbusjes gestoken met een lief briefje. Maandag begon er eindelijk wat schot in de zaak te komen. Tegen dan begon ik door het vele wachten, kijken en staan de buurt zo’n beetje te begrijpen. Akasaka staat zeker niet bekend als louche buurt, maar er zijn nu eenmaal dingen waar je in Tokyo niet omheen kunt, zo blijkt. Tijdens de weekdag lopen er in hip maatpak en nog hippere kapsels opgedane jonge mannen rond die groepjes mannen in maatpak die net van hun bedrijf komen aanspreken en hun foto’s tonen van schaars geklede meisjes. Als hun haring braadt, nemen ze het groepje mee op sleeptouw en verdwijnen ze in de achterstraatjes vermoedelijk naar een striptease bar, of erger en na zo’n 10 minuutjes staan ze er terug met hun fotootjes. Verderop zijn er pachinko en slots speelhallen en regelmatig zag ik mensen met glimmende fiches uit de speelhallen komen en het straatje naast onze winkel in slaan. Het duurde even voor ik het doorhad, maar toen begreep ik dat ze natuurlijk de fiches gaan omruilen voor geld in een kantoortje dat in dat zijstraatje gelegen is. En ja hoor, regelmatig zag ik ook mensen uit het straatje komen die geld in hun portefeuille staken en rond 11u wanneer alle pachinkohallen sluiten is het er aanschuiven. Ik kreeg ook zo’n beetje een indruk van wie zo allemaal in die pachinkohallen induikt. Gelukkig weinig jonge mensen, vooral mensen van middelbare leeftijd, mannen en vrouwen, soms in maatpak, meestal in gewone kledij. Maar de typische Louis Vuitton handtassen en ander parmantigs dat vrouwen van middelbare leeftijd horen te hebben, zag ik toch heel weinig. Een heel ander publiek dan de mensen die bij ons kwamen chocolaatjes kopen. Soms leken ze gewoon te staren en niet eens op te merken dat wij daar een stand hadden en geen enkele keer zag ik iemand met fiches in de hand een kijkje bij ons nemen. We deelden zelfs proevertjes uit, maar zelfs daar kwam amper iemand uit de speelhallen op af. Sommigen keerden, van zodra de fiches geruild waren, met hun nieuwe geld meteen naar de hallen terug. Onvermijdelijk kreeg ik het idee dat het mensen waren die alleen waren, niet erg arm, maar zeker ook niet rijk en in zeker zin meelijwekkend. Toch zag ik ook enkel andere figuren en ik vroeg me af of het toch mogelijk was of gewone mensen zich daar eens een avondje op kunnen uitleven, bv. in plaats van het eeuwige gaan drinken met de collega’s. Tegen ’s avonds liepen daar ook dronken bedrijfswerknemers genoeg rond die het ons jobstudentjes soms wel kwamen lastig maken.
Dinsdag was dus Valentijn en meteen de laatste dag. Maandagavond had ik al Hannes’ Valentijnkaartje in mijn bus gevonden. Op Valentijn zelf hebben we enorm veel verkocht, tegen dat ik daar toekwam om 4u, waren er al verschillende soorten uitverkocht. Tegen ’s avonds hadden we het grootste deel van de stock verkocht en ik mocht zelfs wat eerder naar huis. Daar vond ik mama’s pakje in de bus met Valentijschocolaatjes. Dit jaar heb ik in ieder geval veel Valentijsattenties gekregen. Ik kreeg ook nog verse (dus geen bijna verlopen) chocoladecake mee van de zeer vriendelijk winkelbaas. Die heb ik dan met Lina verdeeld, die er zeer blij mee was. Woensdag had ik nog een achterstallig report voor mijn advisor in te dienen, dat ik uit het oog verloren was door mijn jobje. Donderdag heb ik gerust en opgeruimd.


31-01-06 Nerimaku Tokyo


Vorige week donderdag introduceerde mijn advisor me bij een van Rikkyo afgezwaaide jonge dame. Ze had die 3 jaar die ze van Rikkyo afgestudeerd was als begeleidster van tourbussen in Europa gewerkt. Haar specialiteit was rondreizen voor senioren in de Benelux. Met haar goede (toeristische) kennis van België, zal ze in maart beginnen werken in de Japanse ambassade in Brussel voor 2 jaar. Dus vanaf maart heb ik mijn contacten in de Japanse ambassade.We hebben een aangename babbel gedaan. Ze had ook een zeer goed boekje over België op de kop kunnen tikken. Het is bedoeld om Frans en Nederlands te leren en ondertussen wordt ook de populaire cultuur voorgesteld. Het deed toch vreemd om in een onooglijk Japans boekje films als Daens, L’enfant of Iedereen Beroemd te zien prijken of Deus bij de muziek. Ook het Nederlands is aangepast aan de ‘Vlaamse taal’ zo stond er bij de hobby’s ‘een terraske doen’ te lezen. In februari gaan we samen nog eens een biertje drinken in een Belgische bar in Tokyo.
Zaterdag stond mijn family visit op het programma. De familie leek er precies voor uitgekozen om zo stereotiep mogelijk te zijn. De papa was een televisie designer bij Sony, de mama bleef thuis om voor de kleintjes (1 en 3 jaar) te zorgen. Het huis was erg krap en stond vol met Hello Kitty, Pokemon en dergelijke speeltjes voor de kinderen. De moeder hield zich bezig met een internationaal clubje waar ze, wel, internationaal doen op z’n Japans. De hoofdactiviteit is het samenkomen van de leden en het aanleren van groeten, bedanken etc. in een aantal talen. Daarvoor moet je nu echt een club oprichten… Ze hadden voor een middagtheetje met mochi gezorgd en ook een paar boeken over België uitgeleend. Zo’n family visit is natuurlijk voornamelijk een beetje babbelen, weetjes en foto’s uitwisselen. Tegen de avond hadden ze vrienden uitgenodigd, want ze hadden mij voornamelijk ook uitgenodigd om eens een reden te hebben om een waar feestmaal aan te richten. Naast allerlei slaatjes en groentjes was het hoofdmenu Sukiyaki, vlees en groeten in een pot saus gestoofd en dan nog even in rauw ei dippen en opeten maar. Daarnaast hadden ze voor een gamma aan Belgisch bier gezorgd en ook nog wijn. Als er niet gedronken wordt, dan is het niet plezant voor de Japanners.
Zondag hadden mijn tutor (Kanako) en ik een uitstapje naar Yokohama gepland. In de voormiddag bezochten we het ramen (noedel) museum in Shinyokohama. Het was er erg druk, omdat er ’s namiddags ergens een concert gepland was. Maar niet getreurd! Ongetwijfeld het leukste aan het Ramen museum is de ‘My Cup Noodle Factory’ waar je je eigen instant noedels kan maken. De cup mag je stiften versieren, daarna kies je zelf welke ingrediënten en saus je bij je noedels wilt. Daarna gaat de cup dicht en verpakt als een echte cup die je in de winkel zou kopen. Geen wereldschokkend gebeuren, maar de hele atmosfeer en het typisch Japanse aan dit vertier, maakten het toch erg leuk. Op de beneden verdieping is een Japans stadje van de jaren 1920 nagebouwd en daar kan je ook wat rondlopen en vooral ramen eten. Ramenspecialiteiten van over heel Japan zijn er samengebracht in enkele restaurants. Er was ook een oud snoepwinkeltje nagebouwd waar Kanako me een zakje met allerlei dingen die ik eens moest uitproberen kocht. Ze kocht me ook iets dat er uitziet als een donkerbruin Frans stokbrood, maar het is in feite gemaakt van rijst en zwarte suiker, vandaar ook de kleur. Blijkbaar ook een bekende snoeperij wat we werden verschillende keren aangesproken op onze stokbroden. Natuurlijk hebben we ook ramen gegeten en dan na de middag spoorden we naar Yokohama. We wandelden door de straatjes van Yokohama’s Chinatown en eigenlijk waren we speciaal gekomen om de festiviteiten van rond het Chinees Nieuwjaar te zien, maar het was zo ongelooflijk druk dat we alleen van ver de dansende draak te zien kregen. Ook daarna was het in de straten en winkeltjes te druk. Voor de vele eetkraampjes stonden telkens lange rijen, maar we hebben toch nog een zoetigheidje kunnen meepikken. Dan zijn we nog door het park met zeezicht gewandeld en toen het donker was deden we nog een laatste stop in het moderne en uptown havengebied. Daar staat een reuzenrad en verschillende kermistoestellen en die zorgen voor mooie avondlichtjes. Na nog een portie Takoyaki (inktvisballetjes) begon het flink koud te worden en keerden we Ikebukuro-waards.
Maandag zette ik mijn zoektocht naar een goed digitaal cameraatje in Akihabara in, maar ik ben nog niet tot de aankoop overgegaan. Ik kreeg ook nieuws dat ik naar de homestay in Kagoshima kan gaan en de 10 februari kan ik gaan werken in een chocolade winkel in Akasaka Mitsuke.



25-01-06 Nerimaku Tokyo


Zaterdag laatsleden stond ik op en het was aan het sneeuwen! Ik had afgesproken om samen met Kees en Kantaro naar het Nieuwjaars Sumo kampioenschap gaan kijken, maar Kees en ik vertrokken al wat eerder naar Ikebukuro om daar wat van de sneeuw te genieten.(Kijk maar in de gallery!)
Ik ging eigenlijk naar de Sumo omdat ik dat natuurlijk wel eens wou meegemaakt hebben, maar het was nog veel leuker dan ik me voorgesteld had. Onze plaatsen waren zo ongeveer het minste dat je kon krijgen, maar als je achter de zitplaatsen op het gelijkvloers ging staan, kwam niemand je wegjagen. De zitjes op de beneden verdieping zijn de duurste, je krijgt je persoonlijk stuk tatami met kussen en een grote zak met bento box en ander lekkers bijgeleverd. Zo lijkt het wel of iedereen rustig op een picknick is uitgenodigd en daar bij toeval ook wat mannen in het zand aan het worstelen zijn. Op de eerste rijen op de bovenverdieping was het zicht ook interessant, omdat je dan meer overzicht hebt. Toch de picknick sfeer veranderde wat wanneer de top spelers aan de beurt kwamen. De ring werd grondig geveegd en met een gieter bevochtigd en dan kon de beginceremonie beginnen. Alle spelers betraden in een dikke geborduurde rok (alleen voorkant) de ring. Bij de gevechten van de topspelers was er aanzienlijk meer enthousiasme, er werden namen van favorieten geroepen, geapplaudisseerd en veel meer oh’s en ah’s waren te horen. Ik kende enkel de zeer populaire Kotooshu van Bulgaarse afkomst en de Yokozuna Asashoryu van op de televisie. Kotooshu doet regelmatig mee aan reclamespots of talkshows en om te snappen waarom hij zo populair is, hoef je alleen maar de twee Sumoworstelaars op de volgende foto bekijken.  (Hint Kotooshu staat links)
Minder blubber en hij doet het dan nog niet slecht ook. Alleen heeft hij zijn fans teleurgesteld die zaterdag. We waren getuige van zijn nederlaag tegen Asashoryu. Voor de wedstrijd begon werden er talloze banieren van firma’s rondgedragen, wat betekent dat die firma’s geld zullen aanbieden aan de winnaar, dit om het allemaal nog wat spannender te maken. Maar Kotooshu eindigde heel duidelijk gevloerd in het midden van de ring.
Na de Sumo zijn we afgezakt naar Akihabara en Ingrid kwam ons vervoegen voor de maaltijd in een Sushi restaurant waar alle schoteltjes op een lopende band langs de toog passeren. Je hebt ze maar uit te kiezen voor een vaste prijs per schoteltje. Daarna gingen we opzoek naar een van die typische Akihabara cafés’s waar de meisjes als meid verkleed opdienen. De hele entourage was wel speciaal (voor het eigenlijke café zaten meisjes in een etalage meidenkleedjes te stikken) maar het café zelf stelde weinig voor. Twee ongezellige togen en de meiden bleven vooral rondhagen rond de kassa, dus zoveel was daar niet te zien. We zagen er wel een diehard tooghanger, helemaal in het wit gekleed en met witte kattenstaart en kattenoortjes. Geen twijfel dat hij er zich helemaal thuis voelde. Ingrid leek wat morele problemen te hebben met als meid verklede meisjes die in een café werken en toegegeven er hangt wel een vreemd sfeertje.
Zondag hoopte ik nog wat sneeuw te zien, maar het verse van de sneeuw was er al af. Pas laat in de middag ging ik wandelen in het park en het deed me deugd. Eendjes peddelden in de sneeuw en er was heel wat begankenis van dames met hun opgeklede hondjes.
Maandag belde ik rond voor een studentenjob en dinsdag had ik een sollicitatiegesprek om 5 dagen van 10 tot 14 februari Valentijns chocolade te verkopen. Dat op zich vraagde al heel wat van mijn tijd dinsdag. Mijn bloes nog eens strijken, dan mijn CV in het Japans opmaken –gelukkig bestaan daar in te vullen formulieren voor – en dan had ik nog tijd gerekend in het geval ik de winkel moest zoeken. Het gesprek ging niet slecht, tegen 30 januari zou ik weten of ik aangenomen ben of niet. Ik heb me ook ingeschreven voor de home-stay in Kagoshima en 27 januari weet ik daar het resultaat van. Voor de rest niet veel speciaals in het verschiet.



20-01-06 Nerimaku Tokyo


Ik heb de collectie van de (schaarse) eerdere posts naar de archieven verwezen… Ik hoop nu wat meer tijd te vinden om af en toe iets te posten. Ondertussen ben ik al 13 dagen terug in Japan en hoewel het veel langer lijkt heb ik precies niet zoveel te vertellen over waar ik mijn tijd aan gespendeerd heb. Ik had heel weinig geslapen op het vliegtuig, wel een leuke babbel met een Duitser gemaakt en daarom was is de eerste 2 dagen erg moe en eigenlijk leefde ik nog half op Belgische tijd. Ik werd zo ergens wakker rond 2u en dan nog leek de slaap me niet echt verkwikt te hebben. Dan tijdens de week had ik de fameuze examens, gelukkig stellen die niet echt veel voor. Vrijdag middag begon dan de vakantie voor een heel aantal onder ons. Samen met Ingrid ging ik op zoek naar home stay programs, het liefst had ik in Hokkaido gezeten, maar de deadline was al voorbij, over het andere programma naar Kagoshima in Kyushu twijfel ik nog. Ik heb in ieder geval al een home visit aangevraagd, dat zal dan ergens in de buurt van Ikebukuro zijn. Onderweg naar de Starbucks in het Sunshine City shopping center namen we hier en daar wat foldertjes mee over treintickets en reisvoorstellen. Want ik ben ook druk bezig geweest de reis de plannen die we gaan maken, wanneer Hannes naar hier komt eind Februari. Hoewel het allemaal zeer luxe leventje kan klinken, wil ik er wel op attent maken dat het mijn keer en tegelijk mijn eerste Matcha Frappuchino in de Starbucks was. Rachel wist mij deze mix van groene thee, gecrushed ijs en bovenop een toef verse (gelukkig niet al te zoete) slagroom ten zeerste aan te raden. Het is inderdaad lekker, maar wel zwaar, een kleintje is meer dan voldoende.
Voor ik weer verder begin uit te weiden over eten… Zaterdag ben ik gaan solden jagen, alweer in Sunshine City en ik heb me een wit bloesje gekocht en jawel een Japans schooluniformrokje. Geen officieel school uniformrokje natuurlijk, er zijn verschillende winkels die ‘fake’ schoolrokjes verkopen, blijkbaar is dat trendy en leuk. (En ik ga dat niet tegen spreken.)
Maandag was het de beurt aan Shibuya, gewoon om daar eens rond te lopen. Maar de kleine straatjes vielen wat tegen, Harajuku is dan toch nog veel leuker. Wel een aanrader is de Disney Store in Shibuya, de ingang lijkt op een klein kasteeltje en ook van binnen is er werk gemaakt van glasraampjes en andere kasteeldecoratie. Natuurlijk is Shibuya op zijn best wanneer het donker begint te worden als alle neon verlichting aangaat.
Woensdag had ik dan mijn eigenlijke laatste les. Ik was van plan naar de ballet inhaalles te gaan, maar mijn advisor had net op datzelfde moment zijn inhaalles gepland, zo bleek. Ik ben dan maar plichtsbewust naar de pedagogie les gegaan. Onder middag heb ik samen gegeten met Motchi van de pedagogie les. Hoewel het koud was we zaten zoals de vorige keer op het gras, of beter stro, nabij de eetzaal. Op de een of andere manier voelde het gesprek heel natuurlijk aan, ik geraakte voldoende uit mijn woorden en ik had het gevoel dat ik echt te horen en te zien kreeg wat hij dacht. Vaak als ik met een van de Rikkyo studenten spreek, voel ik dat er een bewust gecreëerde afstand is, en dat wil ook zeggen dat ze naar je lachen, maar je toch niet weet wat ze eigenlijk denken. Alleen Haruka en Motchi geven me het gevoel te denken en te voelen zoals… zoals ik dat van mensen allerlei andere nationaliteiten gewoon ben. ’s Avonds was er nomikai met de advisor en alle mensen uit de pedagogie klas. Ik vreesde dat het weer een saaie boel ging worden zoals de vorige keer met mijn advisor, maar het draaide goed uit. Ik ben uiteindelijk nog een stuk langer gebleven dan ik gepland had. Ik weet ondertussen al dat ‘plaatsen om te bezoeken in Japan’ een ideaal gesprekonderwerp vormt en bovendien mij ook nog kan interesseren. En ook boyfriends en girlfriends maken een ideaal gesprek. Vermits een foto van Hannes trots op het scherm van mijn gsm prijkt, gaan de Japanners gewoon uit de bol. Gaande van ‘onna mitai’(Hij lijkt op een vrouw) en ‘kawaii’ (Schattig) tot ‘kakko ii’ (Een leuke jongen) en ‘ikemen’ ( Een snelle gast / Een knappe jongen), heb ik al van alles al gehoord.